• Deborah Seymus

Warme mannenarmen

Sinds kort heb ik mijn glas rode wijn voor chocolademelk ingeruild, ik draag niet één maar twee truien en een sigaret roken laat ik liever voor wat het is. ‘s Morgens weigert mijn hoofd steevast op te staan bij de aanblik van een donkere regenachtige hemel en ik minimaliseer afspraken buitenshuis zo onopvallend mogelijk.

Ik verlang naar licht, meer uren op een dag en warme mannenarmen want: het is winter.

Het seizoen waarin mijn hoofdje het meestal niet zo goed doet. Elk jaar is het weer afwachten hoe mijn hersenen en lichaam er op gaan reageren. Het lijkt alsof mijn koppie elke winter aan een nieuw deel van mijn verwerkingsproces begint. Mijn verleden wordt onder de loep genomen, mijn huidige situatie geanalyseerd en ik pieker mezelf suf. Het levert vaak veel verdriet op, maar ook interessante vraagstellingen en een kritische blik naar mezelf toe; en laat ik die net broodnodig hebben tijdens de winter en tijdens het verlangen naar warme mannenarmen.

Ik ben tijdens de zomer op een prachtpaar armen gebotst. Ze zijn zacht, warm, rustgevend en sterk, maar niet hier tijdens de winter. De bedoeling is dat ze de mijne omsluiten wanneer de lente stilletjes aan overvloeit in de zomer. Ik zeg expres de bedoeling, omdat ik geen glazen bol heb. Armen volgen nu ook maar eenmaal wat het hoofd hen vertelt te doen en wijzen uitzonderlijk wel eens plotsklaps de andere richting op.

En da’s niet gemakkelijk, dat hoofd en paar armen vertrouwen. Geloven dat ze in de lente de mijne terug vinden. Overtuigd zijn dat de handen die bij die armen horen mijn gezicht kunnen omvatten en ik in ogen vol vuur kan kijken. Ogen die zeggen dat we die zeven maanden overleefd hebben.

Ik vind dat doodeng. Lange-termijn-vertrouwen.

Ik laat dan ook geen kans onbenut om het mezelf moeilijk te maken en af en toe flink ruzie te maken. Echt een topper via Whatsapp of Skype. Hem te overstelpen met mijn twijfels waarom het niet gaat werken, terwijl ik eigenlijk wil zeggen: ‘ik mis je en verlang naar je’. 

Afgelopen week zat ik nukkig voor het scherm naar zijn glimlach te staren, terwijl hij rustig al mijn vragen en frustraties beantwoordde en me met zijn zelfverzekerde blik vertelde dat ik me geen zorgen moest maken.

En plots werd ik even teruggegrepen naar het moment dat ik rond hem stond te dralen in de keuken van de besneeuwde blokhut. Op een vierkante meter stond hij glimlachend voor me te koken, luisterend naar mijn koortsig gebrabbel en gejammer. Ik zweeg even en hij draaide zich vragend naar me om, liep op me af, nam me in zijn armen en zei plots: ‘ik hou van je’.

Het kwam er zo spontaan uit, zo natuurlijk. Alsof het zo hoorde. Alsof het doodnormaal was dat hij die woorden uitsprak voor het eerst. Beetje bij beetje brak ik. Ik vind het nog steeds heel moeilijk om het allemaal over me te laten komen, maar dat overweldigende gevoel dat ontstaan is vanaf het moment dat hij me dat vertelde laat me, overal waar ik ben, dromerig met een glimlach terugblikken op herinneringen. 

En of het nu wel werkt of niet, besefte ik later, is niet de essentie waar het hier om draait.

Ik ben eindelijk zonder terughouden verliefd, heb lief en word geliefd door een fantastische man waar ik me veilig bij voel. De rest kan me gestolen worden op ‘t moment.

29 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven