• Deborah Seymus

Vrijdag 13 november 2015 is een zwart omkaderde dag met vooral veel vraagtekens.

Vandaag ben ik even verdoofd.

Vandaag lach ik even wat minder en trek ik me even niets aan van likes, profielfoto’s wijzigen, en de hectiek van alle dag.

Vandaag schrijf ik niet over alledaagse irritaties.

Vandaag heb ik vooral veel vragen. Niet enkel als journaliste in spé, maar vooral als mens zijnde.

Met afschuw bekeek ik vannacht de eerste posts op Facebook over Parijs. Het ging toen nog om 18 doden. 12 uur later weten we dat het om minstens 128 doden gaat en 300 gewonden. 8 terroristen zijn hierbij omgekomen, waarvan 7 terroristen zichzelf hebben opgeblazen. Om tot de conclusie te komen dat IS deze aanslagen opeist.

Hoe kan het dat het ooit zo ver is kunnen komen? Dat een religie wordt gebruikt als excuus om bloedbaden aan te richten. Dat gelovigen veroordeeld worden, noch voor ze iets gezegd hebben. Dat mensen vanwege hun klederdracht of afkomst worden gerekend tot een groep, een hokje, maar niet meer als individu.

Hoe komt het dat een terroristische groep zoals IS aan wapens blijft geraken? Dat ze jonge mannen kunnen blijven rekruteren en brainwashen? Dat er geld blijft stromen en er telkens nieuwe wapens kunnen aangemaakt worden?

Hoe komt het dat een federaal minister 10.610 euro netto per maand verdient om ons land in goede banen te leiden en we hier zo weinig van terug zien? Geld dat we betalen om de angst tegen te houden en onze veiligheid te garanderen. Angst die we niet mogen hebben, maar die door het constante verschijnen van berichten in de media wel gezaaid wordt. Diezelfde media die ook verplicht wordt om de bevolking te informeren. En niet enkel via de overheid, maar vooral door concurrentiedruk. Maar waar ligt de grens media? Want is het wel echt nodig om een persbericht te voorzien met een bijgevoegd filmpje waarin schoten te horen zijn en dode mensen gefilmd worden?

Hoe kan het dat een wereld vol landen niet tot akkoorden kan komen? Daar het eigen egoïsme met zijn bijhorende vaste wetten en regels prioriteit heeft op het beschermen van burgerlevens. En hoe is het mogelijk dat wij, Europa, landen van diezelfde wereld met groot ongeloof en verbazing telkens een aanslag meemaken zonder dat er eensgezind een stop op die terreurgroep wordt gezet? Het kan toch niet zijn dat deze terreurgroep sterker is? Of zijn er weer onderlinge zaken, waar wij, burgers niets van af weten? Die later aan het licht komen, meestal wanneer het te laat is.

Maar wanneer is het te laat? Wanneer er dreigementen worden uitgestuurd en aanslagen worden opgeëist? Of is het pas echt te laat wanneer men zijn eigen stad wantrouwt? Want ik geloof dat we die stadia al even zijn gepasseerd.

Wat kunnen wij hier aan doen? Het makkelijkste antwoord zou zijn: “Niets, het is nu aan de overheid om te laten zien waar zij betaald voor worden.”

Ik vrees dat we daar nog lang op mogen wachten. Maar zullen we tot die tijd dan afspreken met z’n allen om het tegenovergestelde te laten zien? Dat wij, niet-extremisten, wel met elkaar kunnen samenleven? Zullen we elkaars idealen en meningen respecteren? Zullen we elkaar helpen waar we kunnen?

Misschien als we het druk genoeg krijgen daarmee, verdwijnt het wantrouwen. Wie weet.

1 keer bekeken0 reacties