• Deborah Seymus

Open brief met gemengde reactie op Duchâtelet zijn pleidooi

Beste mijnheer Duchâtelet,

Ik las vandaag met genoegen uw opiniestuk in De Standaard. Fijn dat er eindelijk iemand het punt durft aanhalen waar ik al maanden over nadenk, maar dat ik niet wou aanraken of durfde te bespreken. Ik ben namelijk een van hen. Afgelopen jaar kroop ik ook door een burn-out. In het tweede jaar van mijn studie journalistiek, die ik combineerde met een job in de horeca, besloot mijn lichaam dat het op was. Ik viel in een zelfdestructieve spiraal van constante vermoeidheid en allesoverheersende angst met als gevolg een slepende depressie. Tijdens mijn burn-out kwam ik veel dingen te weten, zo ook dat mensen die hier mee te maken krijgen vaak perfectionistisch zijn en niet willen opgeven. Dat herkende ik wel. Ook al was ik ziek, ik nam nog altijd het heft in handen en besloot hier over te bloggen, om niet alleen mezelf maar ook anderen te kunnen confronteren. Om de vragen waar ik mee worstelde te kunnen delen.

Ik ben journaliste in spé en een onderzoekende geest. Daarom vraag ik me ook vaak dingen af. Zoals het een journalist betaamt stel ik dingen in vraag. Ik zie de laatste tijd regelmatig piekende cijfers over burn-out verschijnen, die alleen maar blijven stijgen. Zowel in kranten als online wordt er steeds meer aandacht aan deze ziekte besteed. Fijn, denk ik dan. Er is eindelijk aandacht voor een ziekte die voor veel mensen niet bestond of een taboe bleek. Maar is het wel zo gezond dat er zo veel aandacht aan deze ziekte besteed wordt? Want burn-out wordt inderdaad op die manier gemakkelijker in de mond genomen, en eventueel fout gediagnosticeerd. Kan ik dan ook stellen dat het eigenlijk een beetje de schuld van de media is die hier aan mee werkt? Vaak zie ik artikels over burn-out verschijnen met cijfermateriaal. Een schreeuwende kop stelt dat een burn-out iets typerend voor deze tijd is. Maar voor veel mensen blijft burn-out nog altijd een ziekte die niet bewezen kan worden.

De artikels die gepubliceerd worden bevatten cijfermateriaal. Cijfers waarvan ik me afvraag op welke manier ze zijn ontstaan. Op welke manier is er onderzoek gevoerd? Het schijnt dat een burn-out aan de hand van stresslevels in het bloed waarneembaar is. Maar vanaf welk level kan een burn-out gediagnosticeerd worden? Daarbij komt ook nog dat deze methode zelfs vaak niet wordt toegepast. Men verschijnt met symptomen bij de dokter, krijgt een voorschrift voor een antidepressivum en wordt geadviseerd of doorverwezen naar een psycholoog. Vervolgens is de patiënt vaak op zichzelf aangewezen. Een bloedonderzoek is hier niet aan te pas gekomen. Ook zijn huisartsen vaak niet opgeleid geweest met het fenomeen van burn-out. We kunnen niet om het feit heen dat antidepressiva een euro of vijf kosten en worden vergoed door je mutualiteit, maar dat psychotherapie vaak onbetaalbaar is voor patiënten.

Een burn-out ontstaat enerzijds door de karaktereigenschappen van een persoon, en anderzijds de omgeving waar hij/zij wordt blootgesteld aan stress. Een langdurige blootstelling aan stress in combinatie met de persoon die hier niet goed op reageert, kan leiden tot een burn-out. Ik zeg er duidelijk bij KAN. Iedereen is anders. Wat voor een bepaald persoon een maximum aan stress is, kan voor iemand anders heel positief uitdraaien. Maar uiteraard weet mijnheer Duchâtelet dit al. Tijdens het lezen van zijn betoog stootte ik op de zin “Ik zie grotendeels fake burn-outs. Ik zie fake invaliditeit. Gewoon omdat mensen liever op de ziektekas terugvallen dan op werkloosheidssteun.” Vervolgens stel ik mezelf de vraag waar mijnheer Duchâtelet deze mensen dan ontmoet of ziet? Ook vraag ik me af of het wel klopt dat mensen eerder terugvallen op de ziektekas in plaats van werkloosheidssteun. Ten eerste weten wij, mensen die het sociale systeem dan toch door en door kennen, dat een ziektekas de eerste zes maanden tijdens arbeidsongeschiktheid hetzelfde uitkeert als de werkloosheidskas. Dus voor de eerste zes maanden lijkt dat zo. Maar wat daarna? En vergeet ook even niet de papierhandel die erbij komt kijken. Tegen dat je ziekte-uitkering in orde is en je effectief geld op je rekening ziet verschijnen, zijn we enkele maanden verder. Ook krijg je te maken met een adviserend geneesheer die komt verifiëren of jij wel effectief geld nodig hebt van je ziektekas.

Ik kan me nog goed herinneren bijvoorbeeld dat ik in maart 2016 met een bang hart naar mijn ziektekas trok. Ik zat al twee maanden thuis en wou geen profijt maken van het systeem en hoopte met een paar weken rust weer op de been te zijn. Want zo zijn die burners* dan. Niet willen afgeven. Om een lang verhaal kort te maken: in september 2016 had ik nog altijd geen ziekte-uitkering ontvangen. Geen financiële hulp. Maar dat is mijn eigen fout uiteraard. Ik had te veel, of net te weinig gewerkt. Ik was geen student maar ook geen voltijdse werknemer. Ik viel zo overal een beetje tussen vertelden ze mij. Ik had dus nergens recht op. Maar ik werkte wel gemiddeld 80 uur per week. Een aanvraag indienen voor een werkloosheidsuitkering was ook geen optie. Dus bleef ik thuis. Zonder geld. Zonder inkomen.

Ik heb tot nu toe nog niet zo heel veel patiënten met burn-out naar de ziektekas zien trekken. En als vzw-bestuurslid van ’t Hart, dat zich inzet om te steunen waar nodig bij burn-out, krijg ik ze toch regelmatig te zien. Wat ik wel heel veel zie zijn mensen die geen label op zich hebben willen plakken. Die bang zijn voor het geven van een naam aan hun symptomen. Die zich schamen om niet meer mee te kunnen. Die niet weten of ze een burn-out hebben. Die proberen alle ballen even hoog te houden, maar thuis instorten. En dit allemaal omdat wij in een maatschappij op drift leven. Een maatschappij waarin enkel de sterksten mee kunnen draaien. Dus ik denk dat mijnheer Duchâtelet zich de vraag zou moeten stellen: “Hoe kunnen wij anticiperen op iedereen die niet meer mee kan in onze maatschappij? Want burn-out of fake burn-out, allemaal zijn ze op. Op van mee te moeten hollen.

*burners zijn mensen die aan burn-out lijden.

Hoogachtend,

Seymus Deborah

Student Journalistiek AP Hogeschool Antwerpen

Bestuurslid VZW ‘t Hart

#burnout #duchâteau #openbrief

2 keer bekeken0 reacties